Bloodborne

Gisteren heb ik de tweede eindbaas in Bloodborne verslagen (Father Gascoigne, voor geïnteresseerden). Het heeft me schat ik een poging of vijftig gekost en ik heb er drie weken over gedaan.

Bloodborne is een spel in een gotische horroromgeving op de PlayStation 4. De game is ontwikkeld door From Software, een ontwikkelaar die bekend is van de al even moeilijke Dark Souls-reeks. In een tijd dat games steeds makkelijker worden, is er bij een kleine, maar steeds grotere wordende groep gamers behoefte ontstaan aan dit soort onverbiddelijke games. De kern van het succes is gelegen in het feit dat je niet verliest omdat de vijanden onverslaanbaar zijn, maar omdat jij niet goed genoeg bent. Je duikt overmoedig in de strijd: dood. Je bent nog niet vaardig genoeg in het hanteren van je wapens: dood. Je hebt de eindbaas bijna verslagen, z’n energiebalk is nagenoeg leeg, nog maar een paar klappen, hè hè eindelijk kan ik wat achterover hangen, resultaat, precies.

Het zijn games met een Bijbelse en filosofische inslag. Luiheid, ijdelheid en woede (verlies van zelfbeheersing) worden genadeloos afgestraft. Hoewel ik er drie weken en vijftig pogingen over heb gedaan, beschouw ik die tijd niet als verspild. Bij ieder gevecht leerde ik de kracht van de vijand weer wat beter kennen. En mijn eigen zwaktes. Eigenwijs vasthouden aan een bepaalde speelstijl (ijdelheid) betekent je ondergang. Je moet in de spelwereld uitproberen, leren en je aanpassen aan de situatie, zodat je steeds beter voorbereid bent op het gevecht met de eindbaas.

Bij beurt 15 had ik hem bijna, slechts 10% van z’n energiebalk restte nog. Maar bij de gedachte dat de overwinning nabij was, raakte ik in paniek: dood. De twintig pogingen daarna werd ik slechter op de punten die ik al beheerste, maar beter in bepaalde finesses. De overtuiging dat ik hem zou verslaan vormde zich steeds vaster in mijn geest. Ik visualiseerde die overtuiging als een massief rotsblok onder een stralende ochtendzon. Toch was het geen obsessie, want ik voelde rust. Ik had hem al verslagen, alleen het tijdstip waarop dat was gebeurd lag nog in de toekomst. Die overtuiging en rust waren nodig om gedurende de laatste tien pogingen de controle en zelfbeheersing te ontwikkelen om in het heetst van de strijd niet meer in paniek te raken. Ik onderging de laatste paar keren dat ik nog werd gedood kalm en beschouwend.

Totdat gisteravond het moment in de toekomst gelijkgeschakeld werd met het heden en ik de eindbaas versloeg. ‘Prey Slaughtered’ verscheen er in groene letters op het scherm. Ik was veilig. De arena waarin ik zoveel ronden gevochten had, kende geen gevaren meer. Een volle maan wierp wat broodnodig licht over het speelveld. En natuurlijk was ik blij, maar niet zo blij als ik verwacht had te zijn. Ik was vooral tevreden. De tevredenheid van een taak goed volbracht en een uitdaging niet uit de weg gegaan. Nu kan ik verder.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Columns. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *