Mirakel op een zomerdag

Op een prachtige dag waarop de zon alles gaf
spotte ik in de woonkamer een vlieg op het raam.
Nou zingt ieder vogeltje zoals het gebekt is
– de vlieg treft voor zijn brommen geen blaam –
suizen en zoemen blijft een grote ergernis,
dus ik pakte mijn mepper en ging erop af.

Maar wat ik niet wist, was
dat aan de buitenkant van het glas
achter de donkere brom
een broertje verscholen zat.

Ik haalde uit.
En heel even dacht ik
– een wonder! –
dat ik de vlieg door de ruit geslagen had.

Geplaatst in Gedichten | Getagged | Een reactie plaatsen

Opdat wij niet vergeten

Aan het fietspad bij de Oosterboer aan de Hoogeveense Vaart staat een klein monument ter nagedachtenis aan sergeant Anne Swart, die op 10 mei 1940 zijn leven heeft gegeven voor de vrijheid van Nederland, van Meppel. Het kleine plakkaat dat erbij staat vertelt iets over deze geschiedenis en sluit af met de woorden dat het monument is geadopteerd door de Oosterboerschool en de Anne Frankschool. Dat is een mooi woord, ‘geadopteerd’. In de praktijk betekent het waarschijnlijk dat die scholen zijn aangewezen om het monument te onderhouden, omdat de samenleving waar sergeant Swart voor gestorven is zich niet bereid heeft getoond daarvoor de centen bij elkaar te leggen. Het schetst een treffend beeld van de mens. Hij wil zich moreel graag verheven voelen, maar is niet bereid de arbeid te verrichten of de prijs te betalen die daarvoor benodigd is.

Geplaatst in Columns | Een reactie plaatsen

Schuren

Mijn buurman heeft een hobby en die hobby vraagt dat hij veel en lang schuurt. In zijn achtertuin, die gescheiden wordt van de mijne door de achtertuin van onze gezamenlijke buurvrouw. Ik mag graag lezen in stilte maar dat wordt mij helaas zelden gegund. Waar ik voldoende heb aan ‘ik denk dus ik besta’, lijken veel mensen toch te leven volgens het motto ‘een ander hoort mij, dus ik besta’. Met name in de zomer. Het is een van die wonderlijke fantasieën, die heel reëel lijken maar nooit uitkomen. Als de eerste dag van het jaar aangebroken is wanneer de winter zich gewonnen heeft moeten geven, denk ik: ‘Heerlijk, straks weer lekker naar buiten, in de tuin zitten’. Maar aangezien we allemaal simpele diertjes zijn, afgesteld op de klok van de natuur, ben je op die dag niet de enige met die gedachte. Mijn achterbuurjongen gooit zijn slaapkamerraam open en zet de stereo op tien, en mijn buurman, tja, die schuurt.

Het fascineert me wel. Het komt voor dat hij 20 minuten lang non-stop schuurt. Kan dat überhaupt? Die schuurbladen slijten toch? Of bestaan die van een kwaliteit waarvan ik nog nooit geweten heb? Met diamantkopjes. Of heeft hij twee identieke apparaten en geeft zijn vrouw het andere apparaat aan op het moment dat het schuurblad van het ene bijna op is – en doen ze dat met de efficiëntie van een Formule 1-wissel, zodat ik niet hoor dat het schuren is overgegaan van de ene op de andere machine? Soms heeft hij zo lang staan schuren dat ik het monotone gezoem nog hoor, terwijl hij al gestopt is. Als een mug in de slaapkamer. Natuurlijk zou ik mijn buurman het liefst vermoorden, maar ja, wetten en praktische bezwaren, nietwaar. Dus ik ga hem toch maar eens vragen wat hij toch schuurt. Want voor de duidelijkheid: mijn buurman is een hartstikke geschikte vent, die ik zijn hobby gun, en ik zou het jammer vinden als het door zo’n voorvalletje tussen ons, nou ja, zou gaan schuren.

Geplaatst in Columns | Een reactie plaatsen

Spel

Speldenprikken laten liggen

op een lazy afternoon

Lekker met m’n hoofd op je buik

want er is toch niets te doen

 

Vrouw troeft heer,

schudden,

nog een keer.

Heer troeft vrouw,

schudden,

beurt aan jou.

 

Tijdens het ganzenborden

raakte ik in de put

Je ging me voorbij zonder om te kijken.

Maar dat geeft niet, misschien

moet jij later wel drie stappen terug.

 

Ik zag in jou een keiharde investeerder

hoe je handelde, ruilde, incasseerde.

Maar toen ik mijn laatste huis

wilde bezwaren met een hypotheek

sloeg jij het bord dicht en gaf me een kus.

 

Morgen is er zoveel te doen

dan is het spel al snel vergeten

Voor nu echter

Speldenprikken laten liggen

op een lazy afternoon.

 

 

Maart 2018

Geplaatst in Gedichten | Een reactie plaatsen

Mannen als Márquez

De Colombiaanse schrijver en Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez is op 17 april overleden. Vorig jaar las ik ‘Liefde in tijden van cholera’. Het boek gaat over een jongeman die zich verliest in fantasieën, romantiek en andere uitvluchten en pas wanneer hij een oudere man is en verantwoordelijkheid durft te nemen voor zijn plek in de wereld, krijgt hij de vrouw die hij altijd heeft begeerd. Een prachtig verhaal.

Ik hou van mannen als Márquez. Wijze, erudiete mannen. Ze vertellen mij dat het niet verkeerd is om gematigd en rustig te zijn, of zelfs af en toe te twijfelen. In deze tijd van mediacratie, waar de makkelijk pratende mensen het voor het zeggen hebben, de vorm dus voor de inhoud gaat (en ik iedere keer merk dat ik, tot mijn grote ergernis, ook de neiging heb om aan die trend mee te doen) ervaar ik hen als een oase van rust. Een geruststellende hand op de schouder die zegt dat ik niet altijd op scherp hoef te staan en dat het misschien wel een goed idee is om even een pauze te nemen. J.M. Coetzee, A.L. Snijders, Javier Marias, Gabriel García Márquez; zij vormen stille bakens.

En bakens heeft mijn generatie mannen, de dertigers, zeker nodig. Want wat zijn wij het spoor bijster. Ondanks dat we hoger opgeleid zijn dan ooit – of misschien wel juist daarom – hebben we geen idee wat te doen. De meesten van ons geloven allang niet meer in een god die het leven richting kan geven en de tijd van ideologieën hebben wij niet meer bewust meegemaakt. Het kapitalisme heeft definitief gewonnen. ‘Links’ bestaat niet meer. We zijn volwassenen geworden en komen er nu achter dat we niet meer zijn dan perfect getrainde consumenten. Onze identiteit wordt volledig bepaald door wat we bezitten, wie we kennen en hoe de wereld naar ons kijkt. Als de weegschaal een kilo extra aanwijst of er een vlek op onze favoriete broek komt, is onze dag verpest. We werken allemaal in het bedrijfsleven, want ook bij de overheid en semi-overheid draait het nu om efficiëntie en resultaten. Daar hebben we het overigens niet naar ons zin. Op verjaardagen en tijdens koffiepauzes roeren wij onze mond nog wel eens over de verharding, de gejaagdheid, het egoïsme, kortom, de ontmenselijking, maar de baas hoeft zijn arm maar te heffen of we krimpen ineen en gaan weer hard aan het werk. We willen dan ook allemaal ‘wat anders’, maar het is ‘een moeilijke tijd.’ De huisarts schrijft antidepressiva voor. Maar ook ons leven kent schaarse momenten van rust en inzicht. Mannen als Márquez tonen ons dan een vertrouwen dat ons volkomen vreemd is. Dat het leven goed is – gewoon omdat je leeft.

 

Robin Booiman (36) – april 2014

Geplaatst in Columns | Een reactie plaatsen