Schuren

Mijn buurman heeft een hobby en die hobby vraagt dat hij veel en lang schuurt. In zijn achtertuin, die gescheiden wordt van de mijne door de achtertuin van onze gezamenlijke buurvrouw. Ik mag graag lezen in stilte maar dat wordt mij helaas zelden gegund. Waar ik voldoende heb aan ‘ik denk dus ik besta’, lijken veel mensen toch te leven volgens het motto ‘een ander hoort mij, dus ik besta’. Met name in de zomer. Het is een van die wonderlijke fantasieën, die heel reëel lijken maar nooit uitkomen. Als de eerste dag van het jaar aangebroken is wanneer de winter zich gewonnen heeft moeten geven, denk ik: ‘Heerlijk, straks weer lekker naar buiten, in de tuin zitten’. Maar aangezien we allemaal simpele diertjes zijn, afgesteld op de klok van de natuur, ben je op die dag niet de enige met die gedachte. Mijn achterbuurjongen gooit zijn slaapkamerraam open en zet de stereo op tien, en mijn buurman, tja, die schuurt.

Het fascineert me wel. Het komt voor dat hij 20 minuten lang non-stop schuurt. Kan dat überhaupt? Die schuurbladen slijten toch? Of bestaan die van een kwaliteit waarvan ik nog nooit geweten heb? Met diamantkopjes. Of heeft hij twee identieke apparaten en geeft zijn vrouw het andere apparaat aan op het moment dat het schuurblad van het ene bijna op is – en doen ze dat met de efficiëntie van een Formule 1-wissel, zodat ik niet hoor dat het schuren is overgegaan van de ene op de andere machine? Soms heeft hij zo lang staan schuren dat ik het monotone gezoem nog hoor, terwijl hij al gestopt is. Als een mug in de slaapkamer. Natuurlijk zou ik mijn buurman het liefst vermoorden, maar ja, wetten en praktische bezwaren, nietwaar. Dus ik ga hem toch maar eens vragen wat hij toch schuurt. Want voor de duidelijkheid: mijn buurman is een hartstikke geschikte vent, die ik zijn hobby gun, en ik zou het jammer vinden als het door zo’n voorvalletje tussen ons, nou ja, zou gaan schuren.

Geplaatst in Columns | Een reactie plaatsen

Spel

Speldenprikken laten liggen

op een lazy afternoon

Lekker met m’n hoofd op je buik

want er is toch niets te doen

 

Vrouw troeft heer,

schudden,

nog een keer.

Heer troeft vrouw,

schudden,

beurt aan jou.

 

Tijdens het ganzenborden

raakte ik in de put

Je ging me voorbij zonder om te kijken.

Maar dat geeft niet, misschien

moet jij later wel drie stappen terug.

 

Ik zag in jou een keiharde investeerder

hoe je handelde, ruilde, incasseerde.

Maar toen ik mijn laatste huis

wilde bezwaren met een hypotheek

sloeg jij het bord dicht en gaf me een kus.

 

Morgen is er zoveel te doen

dan is het spel al snel vergeten

Voor nu echter

Speldenprikken laten liggen

op een lazy afternoon.

 

 

Maart 2018

Geplaatst in Gedichten | Een reactie plaatsen

Bloodborne

Gisteren heb ik de tweede eindbaas in Bloodborne verslagen (Father Gascoigne, voor geïnteresseerden). Het heeft me schat ik een poging of vijftig gekost en ik heb er drie weken over gedaan.

Bloodborne is een spel in een gotische horroromgeving op de PlayStation 4. De game is ontwikkeld door From Software, een ontwikkelaar die bekend is van de al even moeilijke Dark Souls-reeks. In een tijd dat games steeds makkelijker worden, is er bij een kleine, maar steeds grotere wordende groep gamers behoefte ontstaan aan dit soort onverbiddelijke games. De kern van het succes is gelegen in het feit dat je niet verliest omdat de vijanden onverslaanbaar zijn, maar omdat jij niet goed genoeg bent. Je duikt overmoedig in de strijd: dood. Je bent nog niet vaardig genoeg in het hanteren van je wapens: dood. Je hebt de eindbaas bijna verslagen, z’n energiebalk is nagenoeg leeg, nog maar een paar klappen, hè hè eindelijk kan ik wat achterover hangen, resultaat, precies.

Het zijn games met een Bijbelse en filosofische inslag. Luiheid, ijdelheid en woede (verlies van zelfbeheersing) worden genadeloos afgestraft. Hoewel ik er drie weken en vijftig pogingen over heb gedaan, beschouw ik die tijd niet als verspild. Bij ieder gevecht leerde ik de kracht van de vijand weer wat beter kennen. En mijn eigen zwaktes. Eigenwijs vasthouden aan een bepaalde speelstijl (ijdelheid) betekent je ondergang. Je moet in de spelwereld uitproberen, leren en je aanpassen aan de situatie, zodat je steeds beter voorbereid bent op het gevecht met de eindbaas.

Bij beurt 15 had ik hem bijna, slechts 10% van z’n energiebalk restte nog. Maar bij de gedachte dat de overwinning nabij was, raakte ik in paniek: dood. De twintig pogingen daarna werd ik slechter op de punten die ik al beheerste, maar beter in bepaalde finesses. De overtuiging dat ik hem zou verslaan vormde zich steeds vaster in mijn geest. Ik visualiseerde die overtuiging als een massief rotsblok onder een stralende ochtendzon. Toch was het geen obsessie, want ik voelde rust. Ik had hem al verslagen, alleen het tijdstip waarop dat was gebeurd lag nog in de toekomst. Die overtuiging en rust waren nodig om gedurende de laatste tien pogingen de controle en zelfbeheersing te ontwikkelen om in het heetst van de strijd niet meer in paniek te raken. Ik onderging de laatste paar keren dat ik nog werd gedood kalm en beschouwend.

Totdat gisteravond het moment in de toekomst gelijkgeschakeld werd met het heden en ik de eindbaas versloeg. ‘Prey Slaughtered’ verscheen er in groene letters op het scherm. Ik was veilig. De arena waarin ik zoveel ronden gevochten had, kende geen gevaren meer. Een volle maan wierp wat broodnodig licht over het speelveld. En natuurlijk was ik blij, maar niet zo blij als ik verwacht had te zijn. Ik was vooral tevreden. De tevredenheid van een taak goed volbracht en een uitdaging niet uit de weg gegaan. Nu kan ik verder.

 

 

Geplaatst in Columns | Een reactie plaatsen

Een immoreel gedicht

Het was een heerlijke dag toen ik het vlees van je botten scheurde
Een warm en donker bos, maar niet angstwekkend
Ik doe normaal geen vlieg kwaad, maar de bloedhond in mij wilde vreten
Het ging ook niet om jou
Maar om het genot een leven te beëindigen
De intimiteit
En het geweld natuurlijk
Het woeste spartelen, het hoge gillen dat overgaat in een doodsgorgel,
de geur van zweet, urine en het ijzer in je bloed
Het lichaam dat zich tot het uiterste verzet om niet te sterven
Maar zo lief week wordt als het heeft aanvaard dat de strijd is verloren
Het leven is zo mooi.

Geplaatst in Gedichten | Een reactie plaatsen

Wrok

Veilig op het vwo nam ik mij voor
mijn hart niet te laten bezwaren door
afwijzing of berouw
maar ze op lome zondagmiddagen zonder huiswerk of vrienden
mee te geven aan de wind
die ze zou oplossen in blauwe zomeravonden ver van hier

Maar de liefde die ik had voor allen
bleef onaangeroerd en bedierf
Mijn moeder ging drinken
Mijn werk matte mij af
En vrat zich vast in vitale organen

Nu zijn er geen bevrijdende winden meer
of heldere zomeravonden
Slechts de versteende woede gevangen
in een bijna al even zo stug lichaam

Ik

Geplaatst in Gedichten, Schrijfgroep | Een reactie plaatsen

Wim Brands

Wim Brands is overleden. Zelfmoord. Verdomme, hij ook al. Wim Brands hoorde voor mij bij wakker worden op de zondagochtend. Ik ga hem missen. Ik hield van de momenten dat hij bevlogen werd. Ik hield van hem omdat hij geen perfecte presentator was. Daarvoor was hij te veel een liefhebber. Want dat was hij in de eerste plaats: een literatuurliefhebber. Iemand die leefde voor en geloofde in het geschreven woord. Zou hij er niet meer in hebben geloofd? All art is quite useless, schreef Oscar Wilde. Zou Brands dat nu ook zo hebben gezien? En was dat niet voldoende?

Het leven komt vooral aan op dom doorzetten. Taai zijn. Een doel kiezen en daar stug naartoe werken. Kies een waarheid en richt hem in. Maar wat als je niet kunt kiezen? Of nog erger: wat als je niet kunt geloven in een zelfopgelegde fictie?

Geplaatst in Columns | Een reactie plaatsen

(zonder titel)

De wereld is een plein en ik sta in het centrum op een sokkel
Ik sla bij het opstaan
het belang van de dag
op de schouders
en wijs af wat niet past
actie = – reactie
en het resultaat is prachtig
met oogkleppen op

Dan, als de zon zakt
pak ik mijn verstandige spullen in
in weerloosheid
en kruip veel dichter aan tegen
dat wat ik zoek
dan ik ooit had kunnen denken

Geplaatst in Gedichten | Een reactie plaatsen

Wie stelt de dopingvraag?

De Tour de France in Nederland was een feest en een groot succes. Mooi. Maar ben ik de enige die het raar vindt dat er in de aanloop naar dit evenement geen enkele kritische vraag te horen was in onze media?

Een groot gedeelte van de renners die dit weekend op het scherm voorbij kwamen, maakt namelijk nog steeds gebruik van enige vorm van verboden prestatieverhogende middelen. En de cultuur van de wielerwereld laat zich ook anno 2015 het best vergelijken met Orwells 1984. Hadden Dionne en Wilfred in hun urendurende programma’s daar nou niet één vraagje over kunnen stellen? En had er tussen al het jubelend geel van onze belangrijkste kranten niet een klein plekje ingeruimd kunnen worden voor nuance?

Ik begrijp dat imago, ontspanning en omzet belangrijk zijn, maar de waarheid doet er toch ook nog wel toe? Of ben ik nu hopeloos naïef?

Robin Booiman

Gepubliceerd in NRC Handelsblad 7 juli 2015

Geplaatst in Columns | Een reactie plaatsen

(zonder titel)

Lang heb ik gedacht
Waarom is de keuze toch altijd
een vol hart of een volle portemonnee?
thuiskomen na een lange dag
en de menselijkheid bij elkaar graaien
die de drukte van je heeft afgebikt
lastige klanten, haperende systemen
In die jaren was jij die ik nooit heb gekend
mijn licht aan de horizon

Maar op een mooie dag in april
ik had de dode bloemen uit de margrieten geplukt
en stapte op de keukentrap om de ramen te lappen
zag ik dat je verdwenen was

Even stond ik onbewogen
en wachtte op de klap
maar de bloemen bleven de bloemen,
de ramen de ramen, de trap de trap
toen nam ik nog een tree
en ging verder waar ik gebleven was

Geplaatst in Gedichten | Een reactie plaatsen

Mannen als Márquez

De Colombiaanse schrijver en Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez is op 17 april overleden. Vorig jaar las ik ‘Liefde in tijden van cholera’. Het boek gaat over een jongeman die zich verliest in fantasieën, romantiek en andere uitvluchten en pas wanneer hij een oudere man is en verantwoordelijkheid durft te nemen voor zijn plek in de wereld, krijgt hij de vrouw die hij altijd heeft begeerd. Een prachtig verhaal.

Ik hou van mannen als Márquez. Wijze, erudiete mannen. Ze vertellen mij dat het niet verkeerd is om gematigd en rustig te zijn, of zelfs af en toe te twijfelen. In deze tijd van mediacratie, waar de makkelijk pratende mensen het voor het zeggen hebben, de vorm dus voor de inhoud gaat (en ik iedere keer merk dat ik, tot mijn grote ergernis, ook de neiging heb om aan die trend mee te doen) ervaar ik hen als een oase van rust. Een geruststellende hand op de schouder die zegt dat ik niet altijd op scherp hoef te staan en dat het misschien wel een goed idee is om even een pauze te nemen. J.M. Coetzee, A.L. Snijders, Javier Marias, Gabriel García Márquez; zij vormen stille bakens.

En bakens heeft mijn generatie mannen, de dertigers, zeker nodig. Want wat zijn wij het spoor bijster. Ondanks dat we hoger opgeleid zijn dan ooit – of misschien wel juist daarom – hebben we geen idee wat te doen. De meesten van ons geloven allang niet meer in een god die het leven richting kan geven en de tijd van ideologieën hebben wij niet meer bewust meegemaakt. Het kapitalisme heeft definitief gewonnen. ‘Links’ bestaat niet meer. We zijn volwassenen geworden en komen er nu achter dat we niet meer zijn dan perfect getrainde consumenten. Onze identiteit wordt volledig bepaald door wat we bezitten, wie we kennen en hoe de wereld naar ons kijkt. Als de weegschaal een kilo extra aanwijst of er een vlek op onze favoriete broek komt, is onze dag verpest. We werken allemaal in het bedrijfsleven, want ook bij de overheid en semi-overheid draait het nu om efficiëntie en resultaten. Daar hebben we het overigens niet naar ons zin. Op verjaardagen en tijdens koffiepauzes roeren wij onze mond nog wel eens over de verharding, de gejaagdheid, het egoïsme, kortom, de ontmenselijking, maar de baas hoeft zijn arm maar te heffen of we krimpen ineen en gaan weer hard aan het werk. We willen dan ook allemaal ‘wat anders’, maar het is ‘een moeilijke tijd.’ De huisarts schrijft antidepressiva voor. Maar ook ons leven kent schaarse momenten van rust en inzicht. Mannen als Márquez tonen ons dan een vertrouwen dat ons volkomen vreemd is. Dat het leven goed is – gewoon omdat je leeft.

 

Robin Booiman (36) – april 2014

Geplaatst in Columns | Een reactie plaatsen

7 tips voor het bellen met een callcenter

In het verleden heb ik enkele jaren gewerkt als callcenteragent op de verzekeringsafdeling van een grote Nederlandse bank. Aan de hand van mijn ervaringen heb ik deze handleiding geschreven.

7 TIPS VOOR HET BELLEN MET EEN CALLCENTER

1.         Spontaniteit. Niemand houdt van stijve, formele gesprekken, ook de callcenteragent niet. Ga dus lekker spontaan en onvoorbereid het gesprek in en zoek van tevoren geen polis-, referentie- of klantnummers op. Dit komt de creatieve vaardigheden van de agent alleen maar ten goede. En daarbij, hoeveel klanten kan zo’n bedrijf nu helemaal hebben?

2.         Als u belt voor informatie zoals een telefoonnummer, dan kan de agent niet van u verwachten dat u pen en papier bij de hand heeft. U bent toch geen waarzegger? Bovendien is er geen reden u schuldig te voelen als u minutenlang in lades aan het rommelen bent, want op het moment dat u verbinding heeft gekregen met een agent zijn alle andere wachtenden verdwenen.

3.         Als u gaat bellen met een callcenter is het belangrijk om u te realiseren dat een callcenteragent een zeer sterk ontwikkeld gehoor heeft, dat verschillende geluiden kan filteren. Mocht u zich in een rumoerige ruimte bevinden – bijvoorbeeld een café of tijdens een verjaardag – dan is het niet nodig om een rustig plekje op te zoeken. Sterker, ga wat dichter bij de speaker staan, misschien kent de agent het liedje! (zie ‘spontaniteit’).

3b.       Hetzelfde geldt voor uw parkietjes, papegaaien, blaffende honden en kinderen. U hoort ze zelf toch ook niet meer?

4.         Callcenteragents zijn ware linguïsten. Doe dus geen moeite Algemeen Beschaafd Nederlands te spreken en bedien u gerust uw vreemde taal of dialect, liefst binnensmonds. (Een combinatie van punten 3, 3b en 4 vormt werkelijk een fantastische uitdaging voor de agent).

5.         Het kan voorkomen dat u tijdens het gesprek niet krijgt wat u wilt. Word dan boos. Natuurlijk heeft u wel gelijk, maar door alle regeltjes weet u het simpelweg niet goed te verwoorden. Bovendien mag u de agent persoonlijk verantwoordelijk houden voor alles wat er mis is binnen het bedrijf. Ook kunt u andere (financiële) problemen gerust afreageren op de agent. Daar zijn ze speciaal voor getraind.

6.         Mocht u familie of kennissen hebben die werken bij het bedrijf waarmee u belt, vraag de agent dan om de groeten over te brengen. Op uw werk kent iedereen elkaar, en dat zal daar niet anders zijn.

7.         Over het laatste punt kunnen we kort zijn: er zijn geen belangrijkere klanten dan de oud-medewerkers. Als oud-medewerker van het bedrijf waarmee u belt, kunt u gerust – nee, is het uw plicht – de agent te vertellen dat het allemaal niet meer zo goed is als vroeger. Let op, word niet concreet! Laat de agent daar zelf maar over nadenken. Als u uw gelijk niet krijgt, helpt het ook altijd om aan te geven dat u dan contact opneemt met een ‘directeur die u kent’. (Let op, ook hier niet aangeven welke directeur!) Meestal opent dit alle deuren, helemaal als u niet zelf bij het betreffende bedrijf heeft gewerkt, maar uw gepensioneerde echtgenoot of echtgenote.

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen